Info Hongarije
DE LAAGVLAKTE (Zuidoost Hongarije)
Tussen Donau en Tisza
Karakteristiek voor deze streek zijn de vele lemen boerderijtjes (tanya’s) en de door zandwegen doorsneden poesta: de zogenaamde tanyavilág. Centraal in deze tanyawereld ligt Kecskemét, een gezellige boerenmarktstad met een aantal mooie voorbeelden van Hongaarse Jugendstill. Het landschap is vrij vlak en wild, grote delen van de poesta, zoals het Nationaal Park van Bugac, worden beschermd. In het uiterste zuiden ligt de mooie universiteitsstad Szeged, de meest zonnige stad van het land, waar iedere zomer een groots opgezet cultureel programma wordt georganiseerd. Noordelijker liggen aan de oevers van de mooie rivier de Tisza een aantal kleine badplaatsjes.
Leuke plekjes:
- Szeged: Gezellige stad aan de Tisza, veel horeca, thermalbad.
- Kecskemet: Relaxte stad met goede restaurants en mooi zwembadencompex.
- Tiszakécske: Badplaatsje aan de Tisza met thermal en grote discotheek.
- Kiskunmajsa: Dorpje van niks maar een prachtig badencomplex. 's Weekends toot middennacht geopend.
- Kerekegyhaza/Varga Tanya: Onvermijdelijk goulasj eten, palinka drinken en paardenshow kijken (dagelijks om 12.30 uur). Tip: met de bolderkar over de poesta cruisen.

Ten Oosten van de Tisza
Noordelijk aan de Tisza ligt het Tiszameer, dat gedeeltelijk natuurreservaat en gedeeltelijk recreatiegebied is. Oostelijk daarvan strekt zich het grootste natuurgebied van Hongarije uit: de eindeloze vlakte van Hortobágy, een paradijs voor vogels en vogelspotters. De belangrijkste stad ten oosten van de Tisza is Debrécen.

Leuke plekjes:
- Abádszalók: Klein badplaatsje aan het Tiszameer met lowprofile disco's.
- Hajdúszoboszló: Grootste badencomplex van Europa.
De Nyirség
Deze Hongaarse achterhoek is het armste en meest achtergestelde deel van Hongarije. Ten noorden van de enige stad Nyíregyháza rij je door golvende velden terug in de tijd. Geen grootse bezienswaardigheden, maar wel veel kleine slapende dorpjes, ooievaars en prachtige houten kerken.

TRANSDANUBIË (West Hongarije):
Noord Transdanubië
Doordat sommige steden in deze streek nooit in Turkse handen zijn gevallen, zijn hier nog veel middeleeuwse bouwwerken bewaard gebleven. De mengeling van barok en gothiek maakt dat prachtige stadjes als Köszég en Sopron een heel ander karakter hebben dan provinciesteden elders in het land. Ook Veszprém en Tata zijn fraaie burchtstadjes, het aan de Donau gelegen Komárom herbergt een groot 19e eeuws fort en van de grotere steden zijn de centra van Györ, Szombathely en Székesfehérvár, mede vanwege opgravingen van de Romeinse tijd, de moeite van een bezoek zeker waard. Andere publiekstrekkers zijn het luxueuze paleis van de roemruchte Eszterházy-familie in Fertöd, de prachtige middeleeuwse benedictijnse abdij van Pannonhalma en het thermalmeer van Héviz, waar dagelijks meer dan een miljoen liter warm water de grond uit.
Het Balatonmeer
Het Balatonmeer wordt aan de noordkant begrensd door het berg- en heuvellandschap van de Bakony (max 650 meter), waar tussen de bossen, wijngaarden en vennen pittoreske kleine dorpjes zijn te vinden. Het melkachtige water van het Balaton is zeer schoon, het ondiepe meer is dan ook verboden voor motorboten. Langs de noordoever van het meer zijn sinds de 19e eeuw een groot aantal dorpjes tot vakantieoord omgebouwd, westelijker, in Kesthely en omgeving is de sfeer minder toeristisch. De mooiste, en duurste plek aan het Balaton is het op het gelijknamige schiereiland gelegen dorpje Tihány. Siofok aan de noordzijde van het meer, wordt wel het Hongaarse Lloret de Mar genoemd.

Zuid Transdanubié
Zuidelijk ligt Pécs, een van de leukste steden van Hongarije. Niet alleen is er in het straatbeeld veel uit vervlogen tijden bewaard gebleven (moskee, Romeinse graftombes), ook het semi-mediterane klimaat en het rijke culturele leven maken dat deze stad binnen Hongarije een bijzondere plek inneemt. De beste Hongaarse wijnen komen uit de omgeving van Villány ten zuiden van Pécs. Ook de stad Szekszárd staat bekend om z’n wijnen, Szekszárd is bovendien een goede uitvalsbasis voor een verkenning van het waterrijke Gemencwoud in het Donau-Drava Nationaal Park. Noordelijker ligt aan de Donau het na de oorlog gebouwde Dunaújváros (het voormalige Stalinváros), een Hongaars voorbeeld van de socialistische modelstad.

HET HOOGLAND (Noord Hongarije):
De Donaubocht
Aan de westelijke oever, 19 kilometer ten noorden van Boedapest, ligt Szentendre, een fraai stadje met interessante musea en een mooi centrum dat doorgaans overspoeld wordt door toeristen. Verder noordelijk liggen de ruines van de oude burcht van Visegrad, deze historische plek biedt het mooist denkbare uitzicht over de Donauknie. Verder westelijk prijkt de grote kerk van Esztergom boven de Donau uit. Het kleine oude stadje is tevens zetel van de Hongaarse Aartsbisschop. Aan de oostoever ligt Vác, een rustig stadje dat als opstap naar de Börszönygebergte kan dienen.Ook het Pilisgebergte ten westen van de Donau is een fraai en goed toegankelijk wandelgebied.

De Zemplén en de Cserehát
Het meest oostelijke gedeelte van het Hongaarse hoogland bestaat uit de bergen van de Zemplén (max.895 meter). Het noordelijk deel van de Zemplén met z’n dessolate dorpjes en burchtruines is één van de ruigere streken van Hongarije. Zuidelijk worden de heuvels lager om uiteindelijk uit te monden bij de beroemde wijngaarden van Tokaj. In het dorp Tokaj zelf kan je ver onder de winkelprijs de beroemde Tokaj Aszu kopen en proeven. Ten noorden van Tokaj aan de rivier de Bodrog, ligt Sarospatak, een klein oud stadje met een beroemde burcht. De Cserehát is een door stroompjes doorsneden heuvelachtig gebied, en in het noorden, tegen de Slowaakse grens bevindt zich het karstgebergte van Aggtelek dat beroemd is vanwege z’n enorme grottenstelsels.
De Matra en de Bükk
Tussen de industriestad Miscolcs, de eveneens industrierijke Sajóvallei en autoweg 21 verrijzen de bergen van de Bükk en de Matra, met de Kékes als hoogste berg van Hongarije (1014 meter).De beukenbossen in het Bükkgebergte vormen een prachtig wandelgebied met fraaie vergezichten, verscholen grotten en pittoreske dorpjes. Smalspoortreintjes maken het gebied goed bereikbaar. Aan de voet van de Bükk ligt het dorpje Szilvasvárad, befaamd om z’n Lippizaner stoeterij, en zuidelijk daarvan het prachtige barokke stadje Eger. Deze stad is beroemd om z’n burcht en z’n vele wijnkelders waar de lokale stierenbloedwijn geschonken wordt. Een aantal kilometer van de stad bevinden zich ook de fantastische warmwaterbaden van Egriszállok, die de dag en nacht geopend zijn.In de Matra, westelijk van Eger, bouwden in de jaren zeventig veel partijbonzen hun weekendhuizen, de streek rond Parád is ook nu nog vrij elitair. Het kleurrijke stadje Gyöngyös, ten zuiden van de Matra, is de beste springplank voor wandelingen in dit gebied.
De Cserhát en de Börszöny
De Cserhát is het gebied van het Palóc-volk, dat door de relatief geisoleerde ligging hier haar eigen culturele identiteit heeft behouden. In Hollókö, een klein dorp in de oostelijke Cserhát, zijn de architectuur, kledendracht en de handwerken van de Palóc het best behouden, mede doordat het dorp in 1987 op de UNESCO-lijst voor werelderfgoed is geplaatst. Het bosrijke, vriendelijk glooiende landschap van de Cserhát gaat in westelijke richting over in de Börszöny, een prachtig berggebied ten noorden van de Donauknie met stijle hellingen en toppen van over de 900 meter.

