Geschiedenis

          

Het karakter van het huidige Boedapest is gevormd in de eeuw voorafgaande aan de Eerste Wereldoorlog. Toch zijn her en der nog sporen te vinden van vroegere bewoners en een turbulente geschiedenis.

De vele volken die hier in de prehistorie hun nederzettingen stichtten hebben geen duidelijke sporen achtergelaten maar voorbij Óbuda (Oud Boeda) liggen nog de fundamenten van de Romeinse stad Aquincum dat in de vijfde eeuw geplunderd werd door de invallende Hunnen. Langs de hoofdweg naar Szentendre staan nog enkele ruines van de baden, het voormalig aquaduct en twee amfitheaters. In Pest vind je naast de Erszébethbrug nog fundamenten van een oude wachttoren.

Drie en een halve eeuw na de komst van de Hongaren in 896, waren het de Mongolen, die aan de andere kant van de Donau het daar ontstane Pest verwoestten waarna de overlevenden op de heuvel van Boeda een burcht en een ommuurde stad bouwden. Tot grote bloei kwam Boeda in de tweede helft van de 15e eeuw, toen koning Matyas Hunyadi er een sprookjesachtig paleis liet bouwen, en kunstenaars, bouwmeesters en handelaren vanuit heel Europa zich in de stad vestigden terwijl aan de overkant van de rivier ook Pest langzaam herrees. Uit deze periode dateren nog veel van de gothische ornamenten in de hedendaagse burchtstad, ook worden er naast het paleis momenteel opgravingen verricht en kan je in het Historisch museum de enkele overgebleven kamers en het zuidelijk bastion bezichtigen. Op het Margiteiland vind je uit deze periode nog de ruines van een middeleeuws klooster met kerkjes, waar Margit, de heilig verklaarde dochter van koning Bela zetelde.  

Na de  inname van de stad in 1541 door de Ottomanen, kwijnde het gotische Boeda langzaam weg. De Turken bouwden weinig,. Alleen twee baden (Kiraly en Rudas), het Turkse Kerkhof bij de zuidpoort van de burcht en het grafmonument van Gül Baba herinneren aan deze tijd. Na de verovering van Boeda in 1686 door de Habsburgers was er nog maar weinig van de stad over. Uit de brokstukken werd Boeda in barokke stijl opnieuw opgebouwd, veel van het oorpronkelijke karakter van de stad ging daarbij verloren.

Aan het eind van de 18e eeuw bleek Boeda te klein en breidde het zich uit richting de Donau, waarbij het centrum zich verplaatste naar de voet van de heuvel bij het Batthyány Tér. Pest werd grotendeels verwoest door de grote overstroming van 1838, waardoor er ruimte ontstond voor een vernieuwde stad. Met het in gebruik stellen van de Kettingbrug in 1849 als eerste vaste oeververbinding begint de versmelting van de beide steden. Toen na de mislukte Hongaarse opstand van 1848, bij wijze van compromis, in 1867 de Habsburgse keizer tot koning van Hongarije werd gekroond, en de Hongaren hun eigen parlement kregen, verrezen aan beide zijdes van de rivier de eerste statige gebouwen.

In 1873 gebood de keizer dat de stadjes Boeda, Óbuda en Pest dienden te worden samengevoegd tot een nieuwe hoofdstad. Rijke aristocraten lieten huizen en paleizen bouwen, en van heinde en verre trokken plattelanders voor werk naar de nieuwe hoofdstad alwaar ze een kamer of een bed huurden. In de periode van 1870 tot 1910 verdrievoudigde de bevolking tot een miljoen inwoners. In een groot agrarisch land, waar de tijd al heel lang leek stilgestaan te hebben, ontwikkelde zich een van de meest dynamische centra van Europa. De stad wemelde van de nationaliteiten, vooral Hongaren, Duitsers, Slowaken, Serven en Joden, maar in het kader van een nieuw nationaal bewustzijn voelden de meesten zich vooral Hongaar, en het Duits verdween als voertaal. De viering van het duizendjarig bestaan van Hongarije in 1896, was dan ook aanleiding tot het verwezenlijken van een aantal grote projecten ter illustratie van de herrijzenis van het historische Hongarije, zoals o.a. de eerste metro, het Heldenplein en het Vissersbastion.

Met oog op het naderen van een nieuwe eeuw, een eeuw waarin volgens velen, de mens eindelijk zijn idealen zou bewerkstelligen, werd in de koffiehuizen druk gediscussieerd hoe deze veranderingen tot stand zouden moeten komen. De 1e wereldoorlog maakte echter een eind aan de tijd van hoop en vooruitgang. Na de verloren oorlog probeerde de oppositie het tij nog te keren, riep de onafhankelijke, communistische radenrepubliek uit en probeerde te redden wat er nog te redden was.

De overwinnaars beslisten anders, het Roemeense leger bezette Boedapest en met het voor Hongarije rampzalige verdrag van Trianon, verloor het twee derde van z’n grondgebied en kwamen miljoenen Hongaren van de een op de andere dag in een ander land te wonen. Zo kwam met Franse steun de nationalistische admiraal Horthy aan de macht. Belust op het terugwinnen van de verloren gebieden, schaarde hij het land in de jaren dertig aan de zijde van Duitsland. Toen Horthy in 1944 probeerde een afzonderlijke vrede met de Sovjet Unie te bewerkstelligen, bezetten de Duitsers Hongarije. Tijdens het beleg van Boedapest werd een kwart van de stad verwoest. Alle bruggen werden opgeblazen, en in Boeda, waar de Duitsers en Hongaren vijftig dagen hadden standgehouden, werden hele wijken met de grond gelijk gemaakt.

Met de Sovjets kwamen de communisten aan de macht. Een ijzige terreur kreeg het leven in zijn greep. Maar in 1956 leidde een kleine demonstratie, ondanks de angst voor het regime, tot een massale volksopstand en de regering moest wijken. Op 4 november rolden Sovjettanks de straten binnen. Wijken van de stad werden als burchten verdedigt, maar na een week van hevige gevechten, was de gewapende opstand over. 

Vanaf de jaren zestig versoepelde het regime zijn greep op de bevolking. De levensstandaard nam toe, en om de woningnood tegen te gaan, werden in de buitenwijken gigantische pre-fab flatwijken gebouwd. In de stad werden nog twee metrolijnen aangelegd en het land stelde zich voorzichtig open voor westerse toeristen. In de jaren tachtig werd Hongarije weer het meest westerse land van het oostblok; er kwamen mogelijkheden om een eigen bedrijfje te beginnen, en het toerisme bloeide op. Na de val van de muur en het uitroepen van de republiek op 23 oktober 1989, brak een nieuwe periode aan voor de stad. Langzaam verdwenen de Trabantjes uit het straatbeeld, maakten de gaarkeukens plaats voor hippe eettentjes en werden honderden zwaar verwaarloosde gebouwen in oude luister hersteld. Tegelijkertijd groeiden de verschillen tussen arm en rijk, westerse bedrijven kochten Hongaarse bedrijven op en veel goedkope Hongaarse producten verdwenen van de markt. In de periode na de toetreding van Hongarije tot de Europese Unie (1 mei 2004) stijgt de levensstandaard van de jongere generaties, ouderen krijgen het steeds moeilijker. Nadat in 2006 de linkse regering toegeeft te hebben gelogen om de verkiezingen te winnen breken er rellen uit tussen de politie en betogers.