Bezienswaardigheden:

De burcht van Boeda

Vanaf de Szechenyi brug (beter bekend als de Kettingbrug) bereik je de burcht het makkelijkst met de Funicular: twee koetsliften die je in twee minuten van beneden naar boven brengen en vice versa. De funicular stamt uit 1870 en werkt volgens een ingenieus 15e eeuws principe waarbij de koetsliften als elkaars contragewichten dienen en er zodoende weinig kracht voor nodig is om het geheel in beweging te zetten. Een andere optie is de burchtweg aan de linkerkant van de tunnel of de Koninklijke trappen aan de rechterkant. Boven gekomen vind je aan de zuidzijde het koninklijk paleis en aan de noordzijde de oude burchtstad. Vanaf de oostelijke muren en de onderliggende paden (met name vanaf het Visserbastion en de paleistuin) heb je een prachtig uitzicht over de Donau. Aan de noordkant van het burchtkwartier kan je via de Wenerpoort naar de lommerrijke laan over de westelijke stadsmuur lopen. Aan de zuidkant loopt een pad vanuit de paleistuin (of beter via de doorgang van het Historisch museum) naar beneden. Rechts van het middeleeuwse bastion is een enigszins verborgen pad dat naar Tabán en de Gellértheuvel loopt. Het burchtkwartier wordt vooral ’s zomers druk bezocht door toeristen maar ’s ochtends vroeg en vooral ’s avonds is het meestal een oase van rust.

Het burchtkwartier is door de eeuwen heen meerdere malen veroverd en deels vernietigd. In de Tweede Wereldoorlog vond hier de grootste stadsslag plaats na Stalingrad. Het voormalige Ministerie van Defensie (het door kogelinslagen getekende gebouw in het midden van de burcht) en de 13e eeuwse Magdalena kerk bij de Wenenpoort getuigen hier van. Voor het overige is de stad weer in barokke stijl gerestaureerd waarbij brokstukken uit eerdere periodes aan de oppervlakte kwamen. Als gevolg hiervan is in de gehele burcht middeleeuwse gotiek in de bouw verwerkt.

De ondergrondse burchtstad

Onder de 1,5 km lange rots waarop de burcht is gebouwd bevindt zich een gangenstelsel van meer dan 10 km. Door de eeuwen heen zijn de grotten gebruikt als opslagplaats en toevluchtoord. Onder alle straten lopen grotten met identieke naambordjes en er bevindt zich zelfs een in originele staat verkerend Duits ziekenhuis uit de Tweede Wereldoorlog. Helaas is slechts een klein deel van de grotten (1200 meter) voor publiek toegankelijk. De ingang van het ‘labyrint’ bevindt zich op Uri Utca 9 en biedt een geconstrueerde tocht door de geschiedenis van de mensheid. Neem een jas mee want het kan erg koud zijn beneden. 

Achter het Hilton

Het Hilton hotel is gebouwd op de plek van een 13e eeuws klooster (toren) en een 17e eeuwse Jezuďetenschool. Aan de linkerkant van het hotel staat naast de kloosterruďne een oude Romeinse steen die eens de grens van het Romeinse Rijk markeerde. Als je doorloopt kom je bij trappen die je linksom langs de rustige paden onderaan de muren brengen.

De Mátyáskerk en het Vissersbastion.

De oorspronkelijk in 1255 gestichte kerk is genoemd naar één van de grootste koningen uit de Hongaarse geschiedenis, Mátyás Corvinus (1458-1490) die tweemaal in deze kerk trouwde. Door de eeuwen heen is de kerk meermalen verbouwd, in de Turkse tijd zelfs tot moskee. In 1874 werd begonnen met de restauratie waarbij het oorspronkelijke 13e eeuwse uiterlijk als uitgangspunt moest dienen. Naast het prachtige interieur zijn o.a. de tombe van koning Béla (1196) en diverse relikwieën in de kerk te bezichtigen. In de zomer biedt het Vissersbastion het mooiste terras van de stad.

Apotheek Museum In het prachtige 15e eeuws pand van de Arány Sas Patika wordt een intrigerend beeld geschapen van de geschiedenis van de geneeskunst. Naast een prachtige barokke apotheek is de werkkamer van een alchemist gereconstrueerd. Verder wordt er een merkwaardige collectie attributen tentoongesteld waaronder het hoofd van een mummie. Aan tot poeder vermalen mummie werd vroeger namelijk een heilzame werking toegeschreven.

St. István Basiliek: De Sint István basiliek is de grootste Rooms Katholieke kerk van Boedapest. Vanaf 1851 hebben de beroemdste Hongaarse schilders en beeldhouwers gewerkt aan de opluistering van het interieur, waarbij zeker 50 soorten marmer zijn gebruikt. In 1905 is de bouw van de basiliek voltooid. De afgelopen jaren is er veel geld en moeite gestopt in de restauratie van het gebouw, dat onder het communisme zwaar verwaarloosd werd. In de kapel rechts van de ingang, kunt U tegen betaling de kerkschatten bezichtigen, het belangrijkste relikwie is de rechterhand van Sint István, de eerste Hongaarse koning (1001) die de kerstening van de Hongaren heeft bewerkstelligd. Een lift brengt U naar de de top van de toren, vanwaar U een prachtig uitzicht heeft over de stad. Op zaterdag  vinden veel trouwerijen plaats. De kerk blijft vrij toegankelijk.

Parlement: Het parlementsgebouw werd tussen 1885 en 1904 voltooid. Het enorme gebouw is zowel van binnen als van buiten weelderig gedecoreerd. De honderden kamers en de tientallen zalen, trappen en binnenhoven geven een indrukwekkend beeld van de glorie van het vooroorlogse Hongarije. Een rondleiding met engelstalige gids vertrekt dagelijks om 10.00, 12.00, 13.00 en 14.00 uur. U kunt tickets kopen bij Kossuth Tér, ingang X. De rondleiding duurt zo’n 50 minuten en leidt o.a. langs de koepelhal, de grote trappenhal en de kroonjuwelen.

Helden Plein:  Ruim plein met de beelden van de belangrijkste koningen uit de Hongaarse geschiedenis, met daarachter het stadspark met de Vajdahunyad kasteelreconstructie, het Széchenyibad, het circus, het ouderwetse pretpark en een prachtige dierentuin. 's Winters dient het water achter het plein tot kunstschaatsbaan, de oudste van Europa.

Grote Synagoge: Op één na grootste synagoge ter wereld, opgeleverd in 1859, biedt plaats aan bijna  3000 mensen. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog stierven duizenden in het toenmalige gettho aan ondervoeding. Achter de synagoge staat een beeld in de vorm van een wilg op één van de massagraven, op ieder blad staat de naam vermeld van een slachtoffer. Te bezichtigen dagelijks van 10.00 tot 15.00 uur, zondag tot 13.00 uur, zaterdag gesloten. Aangrenzend het Joods museum.

Centrale Markthal: Grootste van de vijf, eind 19e eeuwse markthallen. In 1994 prachtig gerestaureerd na het instorten van de gietijzeren dakconstructie. Op de eerste etage vind je handwerk, souvenirs en eet- en drinktentjes. Op de begane grond groente, fruit en typisch Hongaarse etenswaren en in de kelder stalletjes met verse vis. Ietwat toeristisch maar toch zeker de moeite waard.

Citadel: De bezienswaardigheid is niet zozeer het fort dat de Oostenrijkers hier bouwden om de controle over Boedapest te houden., maar het magnifieke uitzicht over zowel Boeda als Pest. In de oorlog stond hier een batterij luchtafweer-geschut maar tegenwoordig is er een hotel in de fort gevestigd en wordt de ruimte gebruikt voor feesten en tentoonstellingen. Vóór de citadel staat het blikvangende beeld van de vrouw met palmtak, het symbool van de overwinning op de nazi’s, dat in de volksmond ‘het viswijf’ wordt genoemd.


Opera: Het prachtige, rijk gedecoreerde operagebouw dat in 1884 door keizer Franz Jozef werd geopend is een van de mooiste operagebouwen ter wereld. Kaartjes voor de opera verkrijgbaar aan de kassa links. Rondleidingen dagelijks om 15 en 16 uur. Verderop bij de Nagymezö Ut, de operette.
 
Beeldenpark: Een aantal standbeelden ter meerdere glorie van het socialisme kregen hier een plaatsje, verkoop van communistische souveniers. Ver buiten het centrum; bussen rijden van Deák Tér om 11 uur en 15 uur (zie reklame op Tourist Map). Park open van 10 uur tot  zonsondergang. Entree 2450 forint (incl.bus).